Ik ben al groot!

Als ik mijn dochter liefkozend ‘mijn kleine meid’ noem, zet ze een boos gezicht op, balt haar vuistjes en stampt op de grond. 'Ik ben niet klein, ik ben al groot, ik ben al vijf!
Groot zijn, is belangrijk.

Tegelijkertijd kijk ik zelf soms verzuchtend naar al dat spelend grut en denk: ‘was ik maar weer zo klein, de hele dag lekker spelen met vriendjes, geen mails weg te werken en geen blauwe enveloppen om open te maken. Heerlijk’.

Een variant hierop hoor ik met regelmaat terug in gesprekken met ondernemers. Ondernemers die er reikhalzend naar uitkijken om een ‘echt’ bedrijf te runnen met slagkracht en budget. Eindelijk niet meer op een houtje hoeven bijten. Eindelijk de boel eens écht goed regelen en niet meer continu achter de feiten aan lopen. Was ik maar groot.

Maar óók de ondernemer die met dromerige ogen terugkijkt naar die beginperiode. Toen er nog ruimte was om speels en creatief te zijn. Op avontuur te gaan. Geen afdelingen te managen. Niet dat eindpunt zijn waar alle problemen naartoe escaleren. Was ik maar weer klein.

Wie groot is, wil klein zijn. Wie klein is, wil groot zijn.

Het verhaal lijkt dus te zijn dat hoe hard je je best ook doet, het nooit goed zal zijn. Je zult altijd wel iets vinden om ontevreden over zijn. Er is altijd wat.

Maar het verhaal kan óók zijn dat je alleen maar een ander perspectief hoeft aan te nemen om het te zien: Het is al goed zoals het is.

Het mooie is: het is aan jou om te beslissen welk verhaal je jezelf vertelt. Wat kies jij?