Weekend ≠ uitrusten van werk

Einde van de week, maar je werk is nog niet af. Door onverwachte omstandigheden. Of doordat je slecht gepland hebt (bijvoorbeeld door geen rekening te houden met onverwachte omstandigheden). Even in het weekend een paar uurtjes maken.

Maar dat werkt lekker! Geen afleiding van collega's. Geen inkomende mail. Met focus het werk kunnen doen. En voor je het weet zit je elk weekend te werken, ten koste van je sociale leven. De vraag is natuurlijk waarom je je werk niet op je werk kunt doen (zie ook deze TED-talk van Jason Fried).

Je realiseert je dat het niet duurzaam is om elk weekend te werken. Je moet af en toe rust hebben. Je wilt niet opbranden, want dan kun je je werk helemaal niet meer doen. Je spreekt jezelf boos toe als je weer uren in het weekend moet maken.

Het lukt om je werk te beperken tot doordeweekse dagen. Je houdt wel je email in de gaten natuurlijk. Doordeweeks werk je hard om het weekend vrij te houden. Halverwege de week kijk je reikhalzend uit naar het weekend. Het weekend heeft nu de functie uitrusten van de werkweek gekregen. Maar als je vrije tijd ten dienste staat van je werk, is het dan eigenlijk nog wel vrije tijd? Of is het dan ook gewoon werk?

Er zit kracht in de hack dat je fit moet zijn om goed te kunnen werken en dat je moet sporten en slapen om fit te zijn, dus dat sporten en slapen productieve manieren zijn om je tijd te besteden. Prima als je deze redenering toepast wanneer je onder werktijd een dutje doet of een rondje gaat hardlopen.

Maar gebruik deze manier van denken niet om uit te leggen hoe je weekend eigenlijk ook productief is. Je bent ondernemer omdat je onderneemt, maar je bent vader omdat je vadert, dochter omdat je dochtert, vriendin omdat je vriendint en partner omdat je partnert. Misschien heb je zelfs wel een hobby (zie ook deze video voor het verschil tussen hobby, baan, carrière en roeping).

Jij bent meer dan jouw werk. Dus wanneer het werk even weg is blijft er van jou nog vanalles over. Hoe ziet dat deel van jou eruit?